IOS-procedure

De invordering van onbetwiste geldschulden door ondernemingen (IOS)

Op 1 juli 2016 traden de artikelen 1394/20 tot 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek in werking.

Deze artikelen voerden een nieuwe procedure in (de IOS-procedure) die ondernemingen de mogelijkheid biedt om hun onbetwiste vorderingen op andere ondernemingen zonder de tussenkomst van een rechtbank in te vorderen.

Gezien een groot percentage van de faillissementen in België het gevolg is van niet betalende eigen klanten is deze nieuwe-, snelle- en goedkope procedure een belangrijke stap voorwaarts in de incassowereld.

Toepassingsvoorwaarden

De nieuwe procedure kan opgestart worden als:

1. de in te vorderen schulden voortvloeien uit een contractuele verbintenis en een geldsom tot voorwerp hebben (bijvoorbeeld vervallen facturen)
2. de in te vorderen schulden een onbetwist karakter hebben (bijvoorbeeld omdat de voorafgaande ingebrekestelling(en) zonder reactie bleven)
3. de in te vorderen schulden kaderen in de activiteiten van de opdrachtgever/schuldeiser en zowel de opdrachtgever/schuldeiser, als de betrokken schuldenaar in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn ingeschreven: de nieuwe procedure kan dus niet worden aangewend voor de invordering van onbetwiste geldschulden ten aanzien van particulieren
4. de betrokken schuldenaar niet failliet werd verklaard en ook niet het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke reorganisatie
5. de betrokken schuldenaar geen publieke overheid is.

Verwijlsinterest en schadevergoeding beperkt tot 10% van de hoofdsom

Anders dan bij de klassieke procedure voor de rechtbank, mogen de interesten en de forfaitaire schadevergoedingen die overeenkomstig de nieuwe procedure worden ingevorderd maximaal 10 % van de hoofdsom van de in te vorderen geldschuld uitmaken.

Wanneer er derhalve beroep wordt gedaan op de nieuwe procedure, kunnen volgende bedragen worden ingevorderd:

- De hoofdsom van de vorderingen (facturen, schuldbekentenissen, leningen, ...)

- Een schadebeding conform de factuurvoorwaarden beperkt tot 10 % van de hoofdsom of

- Intresten op basis van Wet 02/08/2002 beperkt tot 10 % bij gebrek aan schadebeding in factuurvoorwaarden of het bestaan van factuurvoorwaarden

- Een verhogingsbeding ten bedrage van 40,00 EUR

De procedure (drie fases):

De nieuwe procedure verloopt in drie fases:

fase 1

Eerst en vooral zal Advocatenkantoor Stappers nagaan of de voorwaarden van de nieuwe procedure voldaan zijn.

Eveneens zal de solvabiliteit van de tegenpartij gecontroleerd worden zodat meteen een zicht kan gegeven worden op de recuperatiemogelijkheden.

Dit solvabiliteitsonderzoek door Advocatenkantoor Stappers is volledig gratis. Als we van oordeel zijn dat er inderdaad aan de voorwaarden is voldaan, zal de vaste gerechtsdeurwaarder van Advocatenkantoor Stappers gevraagd worden om tot onmiddellijke invordering over te gaan.

fase 2

De volgende stap is dat de gerechtsdeurwaarder de tegenpartij een laatste maal aanmaant.

Aan deze aanmaning moet een standaard antwoordformulier worden gevoegd waarin onder meer moet worden vermeld dat de tegenpartij de mogelijkheid heeft om binnen de maand na de betekening van de aanmaning ofwel:

1. de onbetwiste schuld te betalen ofwel om
2. een afbetalingsplan te vragen ofwel om
3. de onbetwiste schuld alsnog (gemotiveerd) te betwisten.

fase 3

Als een maand later blijkt dat de schuldenaar de ingevorderde schuld niet heeft betaald of betwist en er ook geen afbetalingsplan is overeengekomen, dan stelt de gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal van niet-betwisting op.

Dit proces-verbaal geldt dan als een klassiek vonnis op grond waarvan de gedwongen uitvoering kan beginnen (bijvoorbeeld door een uitvoerend beslag te leggen op roerende- of onroerende goederen van de tegenpartij).

Wat als de schuldenaar de ingevorderde schulden wel betwist?

Als de tegenpartij de onbetwiste geldschuld binnen de maand na de betekening van de voormelde aanmaning betwist, moet de deurwaarder de invordering stopzetten. In dat geval zal Advocatenkantoor Stappers de klassieke procedure op dagvaarding alsnog dienen te starten. De gerechtsdeurwaarder kan- en mag dus geen oordeel vellen over de inhoudelijke correctheid van de betwisting.

En wat met de kosten?

Zoals bij de klassieke procedure moet de tegenpartij instaan voor de betaling van de deurwaarderskosten die wel nog altijd moeten worden voorgeschoten door de opdrachtgever. Bij de nieuwe procedure zullen de deurwaarderskosten wel een pak lager liggen dan bij de klassieke procedure.

Informatie Aanvragen

  Team van specialisten

  Altijd bereikbaar

  Online dossier

  Paperless office

  Duidelijke ereloonafspraken

  Neemt voldoende tijd

  Empatisch

  Snel antwoord op uw vragen