Blog - Wanneer wordt iemand ‘ten laste’ beschouwd bij gezinshereniging?

28/01/2020: In het kader van gezinsherenigingen komt het begrip ‘ten laste zijn’ frequent voor. Maar wat betekent dit nu juist? En aan welke voorwaarden moet iemand voldoen om ‘ten laste’ te kunnen zijn?

Het Hof van Justitie definieert het begrip ‘ten laste van iemand zijn’ als volgt: ‘Wanneer iemand ten laste is, wordt diegene materieel gesteund door een Belg of een inwoner van de Europese Unie of door diens echtgenoot of partner’.

Naast materiële steun, kan het hier ook gaan om financiële steun. Daarbij wordt de persoon die de financiële of materiële steun verleent aan de persoon ten laste, ook wel ‘referentiepersoon’ genoemd.

Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie, dient de persoon ‘ten laste’ zich op het moment van de materiële of financiële steun te bevinden in zijn of haar land van herkomst. Met land van herkomst wordt hierbij verwezen naar een ander land dan België. Het kan dan gaan om één van de Europese lidstaten, of een zogenaamd ‘derde land’, een land dat geen lid is van de Europese Unie. Het land van herkomst is hierbij niet noodzakelijk het land waarvan hij of zij de nationaliteit bezit.

De persoon die ten laste komt, mag niet zelf in staat zijn om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. Vandaar dat de persoon die ten laste komt volledig afhankelijk moet zijn van de referentiepersoon.

Om een reële situatie van afhankelijkheid aan te tonen, dienen er onder andere volgende voorwaarden vervuld te zijn: de referentiepersoon dient gedurende een langere periode (een periode van minstens zes maanden vóór de aanvraag tot gezinshereniging) regelmatig (liefst maandelijks) een financiële som te betalen aan de persoon ten laste. Concreet kan dit bewezen worden aan de hand van bankruittreksels die aantonen dat de referentiepersoon geld overschrijft naar de persoon ten laste in zijn herkomstland.

Eveneens dient de aanvrager een bewijs van onvermogen te leveren. Een bewijs van onvermogen dient best afgegeven te worden door de nationale- of lokale overheden van het land van herkomst en dient aan te tonen dat de ten laste komende persoon geen of te weinig inkomsten heeft om in zijn of haar basisbehoeften te voorzien zonder de materiële of financiële steun van de referentiepersoon.

In het geval dat de persoon ten laste gehuwd is, moet hij of zij kunnen bewijzen dat zijn of haar partner zelf ook geen- of onvoldoende middelen heeft om hem of haar te onderhouden.

Ten laste komende familieleden moeten dus bewijsstukken kunnen voorleggen waaruit blijkt dat zij volledig afhankelijk zijn van die referentiepersoon. Het Hof van Justitie schrijft voor dat deze afhankelijkheid met elk passend middel (zoals de voorbeelden hierboven) kan worden aangetoond.

Het gastland mag niet weigeren de rechten van betrokken familieleden te erkennen indien zij hun afhankelijkheid kunnen aantonen door een ander middel dan een certificaat of attest van de nationale- of lokale overheid.

Indien u vragen zou hebben met betrekking tot uw specifieke situatie rond vreemdelingenrecht, kan u steeds contact opnemen met ons kantoor. Wij volgen de wetgeving en rechtspraak op de voet om u volledig te kunnen informeren.

Informatie Aanvragen

  Team van specialisten

  Online dossier

  Duidelijke ereloonafspraken

  GDPR compliant

 Lauwerkrans Advocaatscore